HET WOONMAGAZINE MET KARAKTERHuis · Buiten · Apparatuur · Specialisten
Accent op WonenWOONMAGAZINE
Buiten / 9 MIN LEESTIJD

Welke bodembedekkers helpen om onkruid te beperken?

Welke bodembedekkers helpen om onkruid te beperken?

Een volle tuinbodem geeft onkruid minder kans. Daarom vragen veel tuinbezitters zich af: welke bodembedekkers helpen om onkruid te beperken? Bodembedekkers groeien laag en breed uit. Ze bedekken de grond met blad, stengels en soms bloemen. Zo valt er minder licht op de bodem, waardoor onkruidzaden minder makkelijk kiemen. De juiste keuze hangt af van zon, schaduw, grondsoort en het gebruik van de plek.

Wat doet een bodembedekker tegen onkruid?

Een bodembedekker werkt als een levende laag over de grond. In plaats van kale aarde ontstaat er een dicht tapijt van planten. Dat tapijt houdt licht weg bij de bodem. Veel onkruiden hebben juist licht nodig om goed te ontkiemen.

Ook zorgt een bodembedekker voor minder open ruimte. Onkruid kan zich daardoor moeilijker vestigen. De wortels van bodembedekkers nemen water en voeding op. Daardoor blijft er minder over voor ongewenste planten.

Toch is een bodembedekker geen wondermiddel. In het eerste jaar is de grond vaak nog deels open. Dan moet u nog wieden. Pas als de planten goed gesloten zijn, merkt u duidelijk verschil. Ook hardnekkig wortelonkruid, zoals zevenblad of kweekgras, kan soms door een bodembedekker heen groeien. Dat moet eerst zo goed mogelijk worden verwijderd.

Welke bodembedekkers helpen om onkruid te beperken in Nederlandse tuinen?

Niet elke bodembedekker past op elke plek. Sommige soorten houden van schaduw, andere juist van zon. Ook vochtige kleigrond vraagt om andere planten dan droge zandgrond. Hieronder staan soorten die in Nederlandse tuinen vaak goed bruikbaar zijn.

Bodembedekkers voor schaduw en halfschaduw

In schaduw groeit gras vaak slecht. Juist daar kunnen bodembedekkers veel doen. Ze vullen donkere plekken onder struiken, bomen of langs schuttingen.

Maagdenpalm is een bekende wintergroene bodembedekker. De plant heeft glanzend blad en bloeit vaak met blauwe of paarse bloemen. Maagdenpalm groeit goed in halfschaduw en kan na verloop van tijd een dichte mat vormen.

Schaduwkruid is sterk en blijft ook in de winter groen. Het groeit rustig maar betrouwbaar. Deze plant is geschikt onder heesters of op plekken waar weinig zon komt. Door het stevige blad blijft de bodem goed bedekt.

Elfenbloem doet het goed onder bomen en struiken. De plant heeft sierlijk blad en fijne bloemen in het voorjaar. Elfenbloem groeit niet extreem snel, maar vormt wel een nette, natuurlijke bedekking.

Ooievaarsbek, vooral de sterke vaste soorten, is ook geschikt voor halfschaduw. Sommige soorten geuren als u het blad aanraakt. Ze groeien breed uit en kunnen open grond goed vullen.

Bodembedekkers voor zonnige en droge plekken

Op zonnige plekken kan de grond snel uitdrogen. Kies daar planten die tegen warmte en droogte kunnen. Zo blijft de bodem bedekt zonder veel extra water.

Kruiptijm is laag, geurig en houdt van zon. De plant bloeit vaak met kleine roze of paarse bloemen. Kruiptijm past goed tussen stapstenen, langs randen of in een droge border. Hij houdt niet van natte voeten.

Sedum, ook wel vetkruid genoemd, slaat vocht op in het blad. Daardoor kan deze plant goed tegen droge perioden. Lage sedumsoorten vormen een compact tapijt. Ze zijn geschikt voor zonnige, schrale grond.

Kattenkruid blijft niet altijd heel laag, maar kan de grond toch goed afdekken in zonnige borders. De plant bloeit rijk en trekt vaak bijen en vlinders aan. Hij past goed bij siergrassen en vaste planten.

Steenanjer is geschikt voor een zonnige, goed doorlatende plek. De plant blijft laag en bloeit opvallend. Vooral langs paden en randen kan hij helpen om open grond te verminderen.

Bodembedekkers voor vochtige of voedzame grond

Sommige tuinen hebben zware klei of vochtige aarde. Daar doen planten met stevig blad en een krachtige groei het vaak goed.

Vrouwenmantel groeit breed uit en heeft frisgroen blad. Regen en dauw blijven mooi op het blad liggen. De plant bloeit geelgroen en zaait zich soms uit. Door hem na de bloei terug te knippen, blijft hij netter.

Kruipend zenegroen groeit laag en bloeit met blauwe aren. De plant houdt van niet te droge grond en kan in halfschaduw goed sluiten. Het donkere blad van sommige rassen geeft extra kleur.

Goudaardbei is een sterke bodembedekker voor halfschaduw. De plant heeft geel bloeiende bloemen en aardbeiachtig blad. Hij groeit dicht en blijft meestal goed te beheersen.

Dovenetel is nuttig op halfschaduwrijke, wat rijkere grond. Veel soorten hebben bont blad en bloeien in zachte kleuren. De plant kan vlot groeien en kale plekken snel vullen.

Zo kiest u de juiste bodembedekker

De beste bodembedekker is de plant die past bij de plek. Een soort die verkeerd staat, groeit traag of wordt zwak. Dan krijgt onkruid juist weer ruimte. Kijk daarom eerst goed naar uw tuin.

Let vooral op deze punten:

  • Licht: staat de plek in volle zon, halfschaduw of diepe schaduw?
  • Grond: is de bodem droog, normaal vochtig, nat, zanderig of zwaar?
  • Groeiwijze: wilt u een lage mat, een losse natuurlijke beplanting of wintergroen blad?
  • Onderhoud: mag de plant af en toe gesnoeid worden, of moet hij zo rustig mogelijk blijven?
  • Gebruik: loopt u over de plek, ligt hij langs een pad of staat hij onder struiken?

Wintergroene soorten bieden ook in de koude maanden bedekking. Denk aan maagdenpalm, schaduwkruid en sommige sedums. Bladverliezende soorten kunnen in de winter wat opener worden, maar zijn in het groeiseizoen vaak sterk en mooi.

Kijk ook naar de groeikracht. Een snelle groeier vult de bodem snel, maar kan soms te veel ruimte nemen. Een rustige groeier blijft netter, maar vraagt meer geduld. In kleine tuinen is dat verschil belangrijk.

Aanplanten voor een dicht resultaat

Een bodembedekker werkt pas goed tegen onkruid als de planten dicht genoeg bij elkaar staan. Te grote tussenruimtes blijven lang kaal. Daar kan onkruid kiemen. Plant daarom niet te zuinig, maar geef elke plant wel ruimte om gezond te groeien.

Begin met een schone bodem. Haal bestaand onkruid met wortel en al weg. Vooral wortelonkruid moet zorgvuldig worden verwijderd. Als er stukjes wortel achterblijven, kan het opnieuw uitlopen.

Maak de grond los en verbeter deze waar nodig. Op arme zandgrond kan compost helpen om vocht vast te houden. Op zware klei helpt het om de grond luchtiger te maken. Gebruik geen dikke laag verse mest, want dat kan ook onkruidgroei stimuleren.

Na het planten is water belangrijk. Jonge planten hebben nog geen diep wortelstelsel. In droge weken hebben ze hulp nodig. Als ze eenmaal goed zijn aangeslagen, kunnen veel bodembedekkers beter voor zichzelf zorgen.

Een dunne laag mulch tussen jonge planten kan tijdelijk helpen. Denk aan bladcompost of fijne houtsnippers. Mulch remt onkruid totdat de planten zelf de bodem sluiten. Leg mulch niet tegen de stengels aan, want dat kan rotting geven.

Onderhoud: weinig werk, maar niet geen werk

Bodembedekkers maken tuinonderhoud vaak lichter, maar ze vragen nog wel aandacht. In het begin is regelmatig wieden nodig. Kleine onkruidplantjes zijn makkelijk te verwijderen. Wacht u te lang, dan kunnen ze wortelen en zaad maken.

Sommige bodembedekkers moeten af en toe worden teruggeknipt. Dat houdt de rand netjes en voorkomt dat ze over paden groeien. Vrouwenmantel, kattenkruid en ooievaarsbek kunnen na de bloei worden teruggesnoeid. Vaak lopen ze daarna fris uit.

Let ook op ongewenste uitbreiding. Klimop kan bijvoorbeeld sterk groeien en in struiken klimmen. Maagdenpalm kan op goede grond breed uitlopen. Dat is handig op grote plekken, maar minder geschikt in een kleine border met tere planten.

Blad dat in de herfst tussen bodembedekkers valt, hoeft niet altijd weg. Een dunne laag blad beschermt de bodem en voedt het bodemleven. Een dikke, natte laag kan planten verstikken. Verdeel of verwijder die dan voorzichtig.

Goede combinaties in de border

Bodembedekkers werken goed samen met hogere vaste planten, struiken en bloembollen. Ze vullen de ruimte tussen grotere planten. Daardoor ontstaat een natuurlijke laagopbouw. De bodem blijft koeler en droogt minder snel uit.

In een zonnige border past kruiptijm mooi bij lavendel, sierui of lage siergrassen. Sedum kan goed tussen stenen, grind en droogteminnende planten. In halfschaduw combineren elfenbloem en ooievaarsbek mooi met varens, hortensia of herfstaster.

Onder struiken zijn schaduwkruid, goudaardbei en maagdenpalm geschikt. Ze verdragen concurrentie beter dan veel andere planten. Toch blijft water geven in droge perioden soms nodig, vooral onder grote bomen. Boomwortels nemen veel vocht op.

Een rustige combinatie voorkomt een rommelig beeld. Kies liever enkele soorten die goed passen dan veel verschillende bodembedekkers door elkaar. Herhaling geeft rust en helpt de planten sneller een gesloten geheel te vormen.

Veelgemaakte fouten bij bodembedekkers

Een bekende fout is planten in een bodem vol onkruid. Bodembedekkers kunnen onkruid remmen, maar ze winnen niet altijd van sterke wortelonkruiden. Eerst schoonmaken blijft belangrijk.

Een tweede fout is de verkeerde plant op de verkeerde plek. Kruiptijm in natte schaduw zal slecht groeien. Schaduwkruid in felle, droge zon kan verbranden of uitdrogen. Lees daarom altijd goed wat een plant nodig heeft.

Ook te weinig planten gebruiken geeft teleurstelling. Als de bodem te lang open blijft, moet u veel blijven wieden. Een dichter beplant schema kost in het begin meer, maar geeft sneller resultaat.

Verder wordt de groei soms onderschat. Sterke bodembedekkers kunnen andere lage planten overgroeien. Houd randen, paden en kleine borders daarom in de gaten. Bijsturen is makkelijker dan later grote stukken weghalen.

Veelgestelde vragen

Werken bodembedekkers beter dan boomschors tegen onkruid?

Bodembedekkers en boomschors werken anders. Boomschors dekt direct af, maar verteert langzaam. Bodembedekkers hebben tijd nodig, maar vormen daarna een levende en blijvende laag. Vaak werkt een combinatie in het eerste jaar goed, zolang de planten genoeg ruimte krijgen.

Welke bodembedekker blijft in de winter groen?

Maagdenpalm, schaduwkruid en sommige soorten sedum blijven vaak groen in de winter. Ook klimop is wintergroen, maar kan sterk groeien. De beste keuze hangt af van zon, schaduw en de beschikbare ruimte in de tuin.

Kan ik bodembedekkers onder een boom planten?

Ja, dat kan, maar kies soorten die schaduw en wortelconcurrentie verdragen. Elfenbloem, schaduwkruid, goudaardbei en maagdenpalm zijn vaak geschikt. Geef jonge planten extra water, omdat bomen veel vocht uit de bodem opnemen.

Hoe snel is de bodem dichtgegroeid?

Dat verschilt per soort, plantafstand en groeiomstandigheden. Snelle groeiers kunnen binnen enkele seizoenen veel grond bedekken. Rustige soorten doen er langer over. In het eerste jaar blijft wieden meestal nodig voor een goed resultaat.

Helpen bodembedekkers ook tegen mos?

Bodembedekkers kunnen kale, vochtige plekken minder geschikt maken voor mos, maar lossen de oorzaak niet altijd op. Mos ontstaat vaak door schaduw, vocht en verdichte grond. Een passende bodembedekker helpt vooral als de bodem eerst wordt verbeterd.

EEN IDEE BEGINT MET EEN VRAAG

Wat wil jij thuis veranderen?